Uitspraak
Rechtbank Gelderland
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 augustus 2016 in de zaak tussen
Gemeente Utrecht te [Z] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
€ 135.244. In bezwaar verzoekt eiseres een aanvullende teruggaaf van € 7.147.
Rechtbank Gelderland
Eiseres exploiteert vier Parkeer- & Reis-locaties (transferia) waar bezoekers bij inrijden een inrijkaart ontvangen die binnen een uur kan worden ingewisseld voor een combikaart. Deze combikaart geeft maximaal vijf personen de mogelijkheid om de gehele dag gebruik te maken van het gemeentelijke openbaar vervoer en fungeert tevens als uitrijkaart voor het transferium. Eiseres betwist dat de uitgifte van deze combikaarten belast moet worden tegen het algemene tarief en stelt dat het verlaagde tarief van 6% van toepassing is omdat het een ondeelbare vervoersprestatie betreft.
De rechtbank onderzoekt of de prestatie als één dienst moet worden gezien of als meerdere afzonderlijke diensten. Hierbij wordt gekeken naar de aard van de hoofddienst en bijkomende diensten, met inachtneming van het arrest van het Hof van Justitie van de EU in de zaak Purple Parking en het CPP-arrest. De rechtbank concludeert dat het parkeren de hoofddienst is en het openbaar vervoer een bijkomende dienst die het fiscale lot van de hoofddienst volgt.
De rechtbank wijst erop dat parkeren en openbaar vervoer ook afzonderlijk kunnen worden afgenomen en dat de modale consument met de combikaart vooral parkeermogelijkheid zoekt. Het openbaar vervoer maakt het parkeren aantrekkelijker, maar is niet het hoofddoel. Ook de aanwezigheid van gratis parkeerplaatsen nabij één van de transferia leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het algemene omzetbelastingtarief van toepassing is op de uitgifte van combikaarten.