ECLI:NL:RBGEL:2016:4496
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt uitspraak bezwaar WOZ-waarde en wijst schadevergoeding af
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden van zijn woning en garagebox, omdat hij hogere waardes wilde laten vaststellen voor verlenging van de renteperiode van zijn hypotheek. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat volgens hem geen hogere WOZ-waarde kon worden vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat deze niet-ontvankelijkverklaring onjuist was, omdat sinds 1 oktober 2015 de Wet WOZ is gewijzigd waardoor bezwaar ook kan leiden tot hogere WOZ-waarden.
De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en stelt ambtshalve hogere WOZ-waarden vast, waartegen eiser geen bezwaar heeft gemaakt. Eiser vorderde daarnaast vergoeding van de kosten van een taxatierapport, maar deze kosten zijn niet ingebracht in bezwaar of beroep en worden daarom niet als proceskosten erkend.
De rechtbank beoordeelt het schadeverzoek ook als een verzoek op grond van artikel 8:88 Awb Pro en artikel 6:162 en Pro 6:163 BW. Er is geen causaal verband tussen de te late uitspraak op bezwaar en de schade, en hoewel er wel een causaal verband is met de primaire WOZ-beschikking, voldoet eiser niet aan het relativiteitsvereiste omdat de Wet WOZ niet strekt tot bescherming tegen deze schade. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
De beroepen tegen de aanslag onroerende zaakbelasting worden niet-ontvankelijk verklaard, omdat bezwaar niet kan leiden tot een hogere aanslag. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van redelijke proceskosten van €36,68. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Smit op 15 augustus 2016.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring, stelt hogere WOZ-waarden vast en wijst het verzoek om schadevergoeding af.