Eiser vorderde schadevergoeding wegens vermeende misleiding door gedaagden tijdens onderhandelingen over de koop van activa van Rome Energy, waarbij een jaaromzet van €200.000,- werd voorgespiegeld.
De rechtbank stelde eiser in de bewijsopdracht dat hij moest aantonen dat gedaagden hem persoonlijk hadden misleid, dat hij niet tijdig de onmogelijkheid tot realisatie van de omzet had kunnen constateren, en dat gedaagden wisten dat Rome Energy geen verhaal zou bieden.
Eiser bracht diverse getuigenverklaringen en stukken in, waaronder verklaringen van accountants en adviseurs. De rechtbank oordeelde dat geen van de verklaringen voldoende bewijs leverde voor persoonlijke misleiding door gedaagden. De enige steun kwam van een accountant die een prognose maakte, maar deze was gebaseerd op eigen analyse en niet op directe mededelingen van gedaagden.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan zijn bewijsopdracht en wees de vordering af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagden.