In deze civiele procedure bij de Rechtbank Gelderland staat een reconventionele vordering centraal, waarbij La Coresse B.V. betaling van een bedrag van €50.802,00 en €18.433,93 met rente en kosten vordert van [eiseres]. Het eerste bedrag betreft een vordering in rekening-courant, het tweede bedrag schadevergoeding wegens vermeend verwijtbaar handelen van [eiseres].
De zaak is door de kantonrechter naar de rechtbank verwezen, waarbij de rechtbank op grond van een arrest van de Hoge Raad (HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076) oordeelt dat de beslissing genomen moet worden door de rechter die de mondelinge behandeling houdt. Daarom wordt een comparitie bevolen om inlichtingen te verkrijgen en te onderzoeken of partijen tot overeenstemming kunnen komen.
De rechtbank wijst erop dat het niet verschijnen van een partij ter comparitie nadelige gevolgen kan hebben en dat tijdens de comparitie de advocaten de juridische standpunten kort mogen toelichten. Tevens wordt de mogelijkheid van schikking of mediation besproken. De zitting kan eindigen met een mondeling tussenvonnis.
Partijen worden opgeroepen om op 16 november 2016 te verschijnen, waarbij [eiseres] persoonlijk aanwezig moet zijn en La Coresse vertegenwoordigd door een bevoegde persoon. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan totdat de comparitie heeft plaatsgevonden.