Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
4.De beslissing
vrijvan het ten laste gelegde feit;
niet-ontvankelijkin haar vordering.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak van een 28-jarige man uit Zevenaar die werd verdacht van ontuchtige handelingen met een 8-jarig meisje. Het meisje verklaarde dat verdachte haar met de mond dicht op haar mond had gekust terwijl hij op zijn knieën zat en zij onder hem lag, waarbij beiden gekleed waren. Verdachte ontkende de beschuldigingen en stelde dat de handelingen plaatsvonden tijdens een stoeipartij zonder seksuele lading.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de verklaringen van het meisje en haar moeder, die slechts een korte flits van de situatie had gezien. De rechtbank achtte het mogelijk dat de moeder de situatie verkeerd had geïnterpreteerd en dat de verklaring van verdachte aannemelijk was gezien de goede relatie tussen verdachte en het gezin. Hierdoor was er onvoldoende overtuiging dat de handelingen ontuchtig waren.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De civiele vordering tot schadevergoeding van het meisje werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke grondslag ontbrak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.