ECLI:NL:RBGEL:2016:578

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 januari 2016
Publicatiedatum
3 februari 2016
Zaaknummer
285982
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 statuten FERArt. 37 statuten FERArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot vernietiging ontbindingsbesluit joint venture

Op 3 juni 2008 sloten Expressive Research B.V., Coöperatie Koninklijke Fruitmasters Groep U.A. en Croppings een joint venture overeenkomst waarbij Croppings 19% deelnam in de opgerichte joint venture FER. De statuten van FER vereisen voor besluiten in de algemene vergadering een meerderheid van 75%, met uitzondering van enkele besluiten die unanimiteit vereisen; ontbinding is geen unanimiteitsbesluit.

Op 3 oktober 2014 besloot de algemene vergadering tot ontbinding van FER wegens een impasse tussen aandeelhouders. Croppings vorderde vernietiging van dit besluit, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met haar belangen en dat het besluit strijdig was met de joint venture overeenkomst en de statuten.

De rechtbank oordeelde dat Croppings haar belang bij vernietiging niet had onderbouwd, dat het ontbindingsbesluit ook in haar belang was en dat er geen aantoonbare benadeling was. Verder leidde een vermeende strijdigheid met de joint venture overeenkomst of statuten niet tot vernietigbaarheid van het besluit. De vordering werd afgewezen en Croppings werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot vernietiging van het ontbindingsbesluit van 3 oktober 2014 wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/285982 / HA ZA 15-390
Vonnis van 27 januari 2016
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CROPPINGS PARTICIPATIES B.V.,
gevestigd te Berghem,
eiseres,
advocaat voorheen mr. T.A.A.J.M. Weierink te Eindhoven (onttrokken),
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FRUITMASTERS EXPRESSIVE RESEARCH B.V. IN LIQUIDATIE,
gevestigd te Geldermalsen,
gedaagde,
advocaat mr. R.A. Subnel te ‘s-Hertogenbosch.
Partijen zullen hierna Croppings en FER genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 september 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 13 januari 2016.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 3 juni 2008 is tussen Expressive Research B.V., Coöperatie Koninklijke Fruitmasters Groep U.A. en Croppings een joint venture overeenkomst tot stand gekomen die deelname van de partijen in een op te richten joint venture regelde. Hierin zou Croppings voor 19% aandeelhouder worden en zouden de andere partijen, Expressive Research en de coöperatie, de bestuursleden aanwijzen.
2.2.
De joint venture is in de vorm van FER tot stand gekomen door haar oprichting op 9 september 2008 door de partijen bij de onder 2.1 bedoelde overeenkomst.
2.3.
De statuten van FER houden in art. 33 ten Pro aanzien van het tot stand komen van besluiten in de algemene vergadering van aandeelhouders onder meer in dat voor zover de wet of de statuten geen andere meerderheid voorschrijven alle besluiten worden genomen met een meerderheid van vijfenzeventig procent van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin het gehele geplaatste aandelenkapitaal vertegenwoordigd is. Lid 2 van art. 33 maakt Pro hierop een uitzondering door voor een aantal met name genoemde besluiten unanimiteit te eisen. Een besluit tot ontbinding van de b.v. behoort hier niet toe. Voor een voorgenomen ontbindingsbesluit eist art. 37 wel Pro dat dit bij de oproeping voor de desbetreffende vergadering wordt vermeld.
2.4.
Op 3 oktober 2014 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van FER besloten tot ontbinding van FER. In de agendering van de ontbinding voor deze aandeelhoudersvergadering stond als reden voor het voorstel om tot ontbinding over te gaan genoemd “de gerezen impasse tussen de aandeelhouders”.

3.Het geschil

3.1.
Croppings vordert het ontbindingsbesluit van 3 oktober 2014 (zie 2.4) te vernietigen met veroordeling van FER in de kosten. Zij stelt dat bij het nemen van dit besluit onvoldoende rekening gehouden is met haar belangen, die door het besluit ernstig benadeeld werden, en voorts stelt zij dat het besluit strijdig is met de joint venture overeenkomst (2.1), evenals de bepaling in art. 33 van Pro de statuten van FER waar het geen unanimiteit voor een ontbindingsbesluit eist, daarmee strijdig is. Dit laatste is nooit de bedoeling geweest volgens Croppings.
3.2.
FER voert verweer. Op de stellingen van partijen gaat de rechtbank hierna, voor zover van belang, nader in.

4.De beoordeling

4.1.
Croppings stelt, zo blijkt uit de dagvaarding en zo heeft de heer [naam] het ter comparitie verwoord, dat de samenwerking tussen de partijen bij de joint venture overeenkomst al enige jaren geen enkele meerwaarde meer heeft.
4.2.
Croppings stelt daarentegen niet wat haar belang is bij vernietiging van het ontbindingsbesluit. Nu de samenwerking ook volgens haar geen betekenis meer heeft, dient naar het oordeel van de rechtbank de liquidatie juist ook haar belang. Dat de vereffening die op de ontbinding volgt, zoals Croppings stelt, maar overigens niet vast staat, niet op een juiste wijze zou geschieden, staat los van de vraag of het ontbindingsbesluit aantastbaar is.
4.3.
Croppings stelt dat bij het nemen van het ontbindingsbesluit onvoldoende rekening gehouden is met haar belangen, maar onderbouwt dit niet. Sterker, uit het voorgaande blijkt dat ook haar belang met het besluit gediend werd.
4.4.
Dat Croppings, zoals zij stelt, door het besluit ernstig benadeeld wordt, is niet nader door haar onderbouwd en ook overigens niet gebleken.
4.5.
Als het besluit strijdig zou zijn met de joint venture overeenkomst, wat niet gebleken is, zou dit, anders dan Croppings betoogt, nog niet tot aantastbaarheid van het besluit leiden. Hooguit kan er sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming van de joint venture overeenkomst en die is hier niet aan de orde.
4.6.
Croppings stelt dat de bepaling van art. 33 van Pro de statuten van FER waar het geen unanimiteit eist bij een ontbindingsbesluit door de algemene vergadering, strijdig is met de joint venture overeenkomst, althans met de strekking daarvan. De rechtbank passeert deze stelling. Zelfs als dit zo was immers, leidt dit nog niet tot vernietigbaarheid van het besluit van 3 oktober 2014. De gelding van de statuten op de zojuist genoemde datum is immers een vaststaand gegeven.
4.7.
Het voorgaande leidt tot afwijzing van de vorderingen.
4.8.
Croppings zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De rechtbank acht in deze betrekkelijk eenvoudige zaak vergoeding van de werkelijk door FER gemaakte kosten niet gerechtvaardigd, maar zal voor het salaris van de advocaat van FER uitgaan niet van het tarief voor zaken van onbepaalde aard, maar van het bedrag dat partijen in feite verdeeld houdt, zoals ter comparitie is betoogd € 50.000,00. De kosten aan de zijde van FER worden begroot op:
- griffierecht € 613,00
- salaris advocaat
1.788,00(2,0 punten × tarief € 894,00)
Totaal € 2.401,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt Croppings in de proceskosten, aan de zijde van FER tot op heden begroot op € 2.401,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt Croppings in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Croppings niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over de nakosten met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2016.