Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van donderdag 1 december 2016
[verzoeker], te [woonplaats], [verzoeker] te [woonplaats], verzoekers
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder heeft bij primair besluit bijstand toegekend per 29 juni 2016 voor een bedrag van netto € 1.389,57 per maand. Voorts is daarbij vermeld dat verweerder een vordering heeft openstaan van in totaal € 139.349,39. Voor de terugbetaling van deze vordering houdt verweerder ingaande 29 juni 2016 € 104,22 per maand in op deze uitkering. Dit is 7,5% van de voor verzoekers geldende uitkeringsnorm inclusief eventuele toeslagen. Verweerder mag tot 10% inhouden van de voor verzoekers geldende bijstandsnorm. Omdat de meeste uitkeringsgerechtigden extra kosten door hogere woonlasten en/of premies ziektekostenverzekering hebben houdt verweerder minder in dan 10%. Indien verzoekers extra kosten dan gemiddeld denken te hebben, dan kunnen verzoekers om verlaging van het aflossingsbedrag verzoeken. Hiervoor moeten verzoekers binnen twee weken kopieën opsturen van hun huur, huurtoeslag, ziektekostenpremie en ziektekostentoeslag.
Verweerder verzet zich tegen de verzochte voorlopige voorziening. Verweerder stelt dat in het toekenningsbesluit staat vermeld dat verzoekers de uitvoerende afdeling (Team Inkomen) kunnen verzoeken het aflossingsbedrag opnieuw te laten berekenen. Een nieuwe berekening kan leiden tot een verlaging van het aflossingsbedrag. Verzoeker heeft geen gegevens ingeleverd. De in bezwaar aangeleverde stukken zijn niet compleet, zodat geen nieuwe berekening kan worden gemaakt. De ziektekostenpremies (basis en aanvullend) en de huurspecificatie over juli 2016 ontbreekt. Zodra deze gegevens zijn overgelegd kan een nieuwe berekening worden gemaakt, aldus verweerder.