Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
[verzoeker] , te [woonplaats] verzoeker
[verzoekster]te [woonplaats] verzoekster
Rechtbank Gelderland
Verzoekers ontvangen sinds 1998 bijstand onder bepaalde namen die zij in 2013 officieel hebben aangepast via een Turks vonnis. In 2015 en 2016 heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst het Nederlanderschap en verblijfsvergunningen van verzoekers ingetrokken met terugwerkende kracht. Verzoekers maakten bezwaar tegen de intrekking van de bijstand per 30 september 2016 en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekers, zolang het beroep tegen de intrekking van het Nederlanderschap loopt, op grond van het Besluit gelijkstelling vreemdelingen Participatiewet gelijkgesteld worden met Nederlanders en dus tot de personenkring van de Participatiewet behoren. De primaire grond voor intrekking, het ontbreken van recht op grond van artikel 11 PW Pro, faalt daarom voorlopig.
Ook de subsidiaire grond dat verzoekers de inlichtingenplicht zouden hebben geschonden wordt verworpen, omdat de naamswijziging sinds 2013 officieel is en verzoekers onder die namen bijstand ontvangen. De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verzoekers krijgen vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt geschorst zolang het beroep tegen het verlies van het Nederlanderschap loopt.