Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
advocaat mr. E.W.F. Schotanus te Enschede,
advocaten mrs. P.L. Reeskamp en L.E.J. Korsten te Amsterdam.
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 november 2016 met de producties 1 t/m 31
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] met de producties 1 t/m 30
- de brief van 24 november 2016 van Continental Bakeries met productie 32
- de incidentele conclusie tot voeging aan de zijde van [gedaagde] van Bolletje
- de incidentele conclusie tot voeging aan de zijde van [gedaagde] van Van der Meulen
- het e-mailbericht van 26 november 2016 van [gedaagde] met daarbij een
- de mondelinge behandeling op 28 november 2016
- de pleitnota van Continental Bakeries
- de aanvulling van eis van Continental Bakeries
- de pleitnota van [gedaagde]
- de pleitnota van Bolletje
- de pleitnota van Van der Meulen.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
in het incident tot voeging aan de zijde van [gedaagde] van Bolletje en Van der Meulen
In welke omstandigheden kan een onderneming met een machtspositie die houdster is van een Standaard Essentieel Octrooi (SEO), waarvoor zij jegens de standaardisatieorganisatie de verbintenis is aangegaan aan derden licenties te verlenen onder FRAND-voorwaarden, door de instelling van een beroep wegens inbreuk worden geacht een door artikel 102 VWEU Pro verboden misbruik te hebben gemaakt?Het HvJ EU is in dat arrest tot het oordeel gekomen dat het instellen van een dominante SEO-houder van vorderingen die strekken tot terugroeping van en een verbod op een verhandeling van de producten onder omstandigheden misbruik kan opleveren. De vergelijking met de onderhavige zaak gaat evenwel mank, nu hier geen sprake is van een SEO en evenmin jegens een standaardisatieorganisatie een verbintenis is aangegaan tot het verlenen van licenties aan derden onder FRAND-voorwaarden. De zaken zijn reeds daarom niet vergelijkbaar. Voor een ruimere interpretatie van het arrest, zoals Continental Bakeries heeft betoogd, bestaat geen aanleiding.
816,00
816,00