ECLI:NL:RBGEL:2016:6896

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 december 2016
Publicatiedatum
20 december 2016
Zaaknummer
AWB - 16 _ 1850
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.J. Jue
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 2 Wet BIG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuurlijke boete wegens onrechtmatig voeren titel psychotherapeut niet toegestaan na staken praktijk

Eiseres, die in 2008 met pensioen ging en daarna een eigen praktijk begon, gebruikte vanaf 2011 de titel psychotherapeut op haar website zonder in het BIG-register te staan ingeschreven. Zij staakte haar praktijk per 1 januari 2013 en ontving sindsdien geen nieuwe patiënten meer. Op 15 januari 2015 constateerde een inspecteur dat de titel nog op haar website stond vermeld, waarna verweerder een bestuurlijke boete oplegde.

De rechtbank overweegt dat de Wet BIG bedoeld is om de kwaliteit van de beroepsuitoefening te waarborgen en patiënten te beschermen tegen ondeskundig handelen. De verbodsbepaling in artikel 4, tweede lid, Wet BIG verbiedt het voeren van een titel die niet toekomt. Echter, omdat eiseres haar praktijk al had gestaakt en geen nieuwe patiënten meer had, was zij op het moment van constatering niet in overtreding.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens wordt het door eiseres betaalde griffierecht vergoed. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boete en herroept het besluit omdat eiseres op het moment van constatering niet in overtreding was.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats [woonplaats]
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 16/1850

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres,

en

[verweerder] te [plaats], verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van € 2546 wegens overtreding van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet Big).
Bij besluit van 26 februari 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2016. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. de Groot.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres is in 2008 gepensioneerd en is na haar pensioen begonnen met haar eigen praktijk. Zij heeft in 2011 een website opgericht waar zij zichzelf psychotherapeut noemde, terwijl zij niet als zodanig staat ingeschreven in het BIG-register. Eiseres is op 1 januari 2013 gestopt met haar praktijk. Een inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft op 15 januari 2015 naar aanleiding van een melding geconstateerd dat eiseres de titel psychotherapeut op haar website vermeldde. Op 25 februari 2015 heeft verweerder geconstateerd dat de website was opgeheven. Op 21 april 2015 is er een boeterapport opgemaakt. Bij brief van 21 april 2015 heeft de Inspectie IGZ aan eiseres medegedeeld voornemens te zijn haar een boete op te leggen.
2. Artikel 4, tweede lid, van de Wet Big luidt als volgt:
Het is degene wie het recht tot het voeren van een in deze wet geregelde titel niet toekomt op grond van het eerste lid, verboden deze titel, een daarop gelijkende benaming dan wel een op die titel betrekking hebbend onderscheidingsteken, aangegeven met toepassing van artikel 93 of Pro daarmee in hoofdzaak overeenstemmend, te voeren.
3. De rechtbank zal ambtshalve beoordelen of verweerder bevoegd was om aan eiseres een bestuurlijke boete op te leggen.
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres in overtreding was, toen op 15 januari 2015 werd geconstateerd dat zij blijkens haar website de titel psychotherapeut voerde.
5. De rechtbank overweegt als volgt. Uit de memorie van toelichting op de Wet Big volgt dat de strekking van deze wet is om de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en te bewaken en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. In dat licht dient ook de verbodsbepaling van artikel 4, tweede lid, van de Wet Big te worden bezien, namelijk dat het een beroepsbeoefenaar verboden is een titel te voeren die hem niet toekomt. Eiseres had haar beroepsuitoefening al gestaakt per 1 januari 2013. Zij heeft vanaf dat moment ook geen nieuwe patiënten meer gehad. Zij is toen kennelijk vergeten haar website op te heffen. De rechtbank komt tot de conclusie dat eiseres op 15 januari 2015 niet in overtreding was. Verweerder was daarom niet bevoegd haar een bestuurlijke boete op te leggen.
6. De overige beroepsgronden van eiseres, inhoudende dat haar weinig titelmisbruik te verwijten valt en dat het boetebedrag gematigd dient te worden, behoeven geen bespreking meer.
7. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigd het bestreden besluit. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen.
8. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
herroept het primaire besluit;
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van €168 aan haar vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Jue, rechter, in tegenwoordigheid van mr. B.D. Endlich, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.