Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
18 december 1988, is niet op het adres ingeschreven.
de bewonerM. [echtgenoot] .
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
14 augustus 2016, waarin staat dat de politie met toestemming van de
bewonerM. [echtgenoot] is binnengetreden, lijkt alleszeggend over de woon- en verblijfplaats van [meerderjarige zoon] .
[gedaagde] ontkent weliswaar dat [meerderjarige zoon] bij haar inwoont, maar vertelt vervolgens niet waar hij dan wel woont wat de geloofwaardigheid niet ten goede komt. Het is de stelling van [gedaagde] dat zij voor gedragingen van haar niet inwonende zoon niet verantwoordelijk kan worden gehouden. Dat is echter onjuist. Zij is als huurster op grond van artikel 7:219 BW Pro aansprakelijk voor gedragingen van hen die met haar goedvinden het gehuurde gebruiken of zich met haar goedvinden daarop bevinden. Dat strekt zich uit van gedragingen van leden van haar gezin tot aan overlast veroorzakende bezoekers.
5.De beslissing
€ 250,00 per overtreding en voor iedere dag dat [gedaagde] niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 15.000,00;