Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[ouder 1] en
[kind 1]
Procesverloop
Overwegingen
Bij afzonderlijke besluiten van 27 en 29 juni 2016 zijn, na daartegen gemaakt bezwaar tegen de oorspronkelijke aangepaste en deels beëindigde AWBZ-indicaties, de voormalige AWBZ-indicaties voor verzoekers gezin opnieuw ingezet.
- begeleiding individueel klasse 2 (2-3,9 uur per week)·- kortdurend verblijf klasse 2 (2 nachten per week).
- begeleiding individueel klasse 2 (2-3,9 uur per week)
- kortdurend verblijf klasse 2 (2 nachten per week).
- begeleiding individueel klasse 2 (2-3,9 uur per week)
- kortdurend verblijf klasse 2 (2 nachten per week).
Omdat de situatie al lange tijd zo is, heeft verweerders rapporteur aangegeven een eventuele verandering niet in één keer te doen. Voor [kind 1] is voor de duur van een jaar een pgb vastgesteld, gebaseerd op de ondersteuning die geboden wordt voor een bedrag van
€ 31.928, -. In totaal voor [kind 2] een bedrag van in totaal € 12.012, - en voor [kind 3] in totaal een bedrag van € 14.750,45. In totaal voor dit gezin een bedrag van € 58.690,85 inclusief het pgb voor eigen netwerk en inclusief de overgangstermijn. Vanaf 31 maart 2017 wil de rapporteur weer verder onderzoek doen in het belang van de ontwikkeling van de kinderen.
Naast de ondersteuning van de begeleiders via een pgb hebben de ouders nog een pgb aangevraagd voor ondersteuning die zij zelf bieden aan hun kinderen. De rapporteur stelt voor deze aanvraag af te wijzen, omdat de ondersteuning die ouders bieden de hulpvraag niet oplost. De ouders hebben tevens om een aanvulling op het pgb aangevraagd, omdat zij veel doen in het organiseren van de begeleiding voor hun kinderen. De ouders werken de begeleiders in, ze regelen vervanging bij uitval en houden regie. De rapporteur stelt voor ook deze aanvraag af te wijzen. Met ‘zorg in natura’ worden de organisatorische zaken uit handen genomen. Bij een pgb hoort dit erbij. Hier worden geen extra uren voor verstrekt. Omdat dit financiële consequenties heeft wordt er een overgangstermijn geboden van drie maanden. Deze overgangstermijn geldt voor de 7 uur begeleiding individueel op sociaal tarief door de ouders aan de kinderen biedt. Deze maatwerkvoorziening wordt weggezet op naam van het jongste kind. Dit levert dan geen problemen op, mocht de Wlz worden toegekend bij [kind 1] .
Op basis van de in rechtsoverweging 3 genoemde rapportages heeft verweerder bij primair besluit met ingang van 31 maart 2017 een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding individueel voor 7 uur per week voor de vader beëindigd. Voorts is de aanvraag voor een uitbreiding voor begeleiding individueel met uitbetaling aan de moeder afgewezen.
Naast het pgb heeft de vader inkomen uit werk. Verzoekers werkgever en collega’s van van zijn thuissituatie op de hoogte, zij geven hem ruimte om indien nodig zijn werktijden aan te passen aan afspraken ten behoeve van de kinderen. Verweerder gaat er vanuit dat de vader naast de zorg voor zijn kinderen de mogelijkheden heeft om voldoende inkomen te genereren.
1 januari 2017 tot en met 31 maart 2017. Het pgb bedraagt in totaal € 58.690,45.
Ter zitting hebben de ouders desgevraagd aangegeven dat de ingeschakelde begeleiders professionele en gekwalificeerde krachten met een HBO-opleiding zijn in hun dienst. Eén van de begeleiders is een orthopedagoog en één is lerares. De begeleiders hebben naar aanleiding van een geplaatste advertentie gereageerd en zijn op basis van selectie gekozen en vervolgens in dienst genomen op basis van een arbeidsovereenkomst. De Sociale Verzekerings Bank (SVB) heeft daarvan een afschrift. In totaal zijn tien arbeidsovereenkomsten gesloten, waarvan één dubbel en één voor alle drie kinderen.
- begeleiding groep klasse 2 met vervoer
- begeleiding individueel klasse 2
- kortdurend verblijf klasse 2.
- begeleiding groep klasse 2 met vervoer
- begeleiding individueel klasse 2
- begeleiding groep klasse 3 met vervoer
- begeleiding individueel klasse 4
- kortdurend verblijf klasse 2.
- begeleiding individueel voor 9 uur per week (in plaats van 8 uur per week)
- kortdurend verblijf voor vier etmalen per maand en daarbij nog extra 4 etmalen logeren per jaar voor logeren in de vakanties;
- begeleiding individueel voor 16 uur per week (in plaats van 7 uur per week)
- begeleiding individueel voor 28 uur per week (in plaats van 27 uur per week)
- kortdurend verblijf voor vier etmalen per maand en daarbij nog extra 4 etmalen logeren per jaar voor logeren in de vakanties.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekers het door hun betaalde griffierecht vergoedt.
€ 7,16 enkele reis, in totaal dus € 14,32.
Beslissing
- schorst verweerders primaire besluiten tot zes weken na verzending van het besluit op bezwaar;
- bepaalt dat verweerder aan verzoekers met onmiddellijke ingang het pgb overeenkomstig verweerders besluiten van 27 en 29 juni 2016 aan verzoekers zal verstrekken tot zes weken na verzending van het besluit op bezwaar;
- gelast verweerder aan verzoekers te vergoeden een bedrag van € 46, - voor griffierecht;
- bepaalt dat verweerder een bedrag van € 14,32 aan verzoekers zal betalen voor gemaakte reiskosten.