Eiser heeft zonder vergunning een esrand en struikrand met 15 bomen gekapt op zijn perceel nabij een locatie in een woonplaats. Verweerder legde een herplantplicht op, gebaseerd op een berekening van de verloren gegane landschappelijke waarde volgens het Bomenbeleidsplan. Eiser voerde aan dat de bomen niet op de bijzondere bomenlijst stonden en dat hij te goeder trouw handelde. Tevens betwistte hij de omvang en berekeningswijze van de herplantplicht.
De rechtbank oordeelt dat de bomen onder de categorie 'overige landschappelijke houtopstanden' vallen en dat voor het kappen een vergunning vereist was. Verweerder had beleidsvrijheid bij het opleggen van de herplantplicht, maar moest zich beperken tot herstel van de landschappelijke waarden voorafgaand aan het vellen. De rechtbank vindt dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat de opgelegde herplantplicht niet ruimer is dan nodig.
Daarnaast is vastgesteld dat de bijzondere bomenlijst op de website van verweerder onvolledig was, waardoor eiser mogelijk op het verkeerde been is gezet. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.