De zaak betreft een burengeschil tussen twee buren waarbij eiser klaagt over hinder veroorzaakt door hoge bomen en een beukenhaag op het perceel van gedaagde. Eiser stelt dat de beplanting het zonlicht uit zijn tuin en woning ontnam, schade aan zijn tuinbestrating veroorzaakte en gezondheidsklachten bij zijn partner veroorzaakte. Hij vordert het snoeien en verwijderen van de bomen en haag.
De rechtbank stelt vast dat de beukenhaag ongeveer 2,5 meter hoog is en zich op enige afstand van de erfgrens bevindt, en dat de zomereiken zich op meer dan 2 meter afstand van de erfgrens bevinden. De bomen en haag waren al aanwezig toen eiser het huis in 2004 kocht. De rechtbank overweegt dat het hebben van een haag van 2 meter hoog op de erfgrens geoorloofd is en dat een hogere haag op enige afstand ook toegestaan is. Er is onvoldoende gesteld dat de haag onrechtmatige hinder veroorzaakt.
Ook de bomen veroorzaken wel schaduw en hinder, maar dit is niet onrechtmatig omdat er geen recht bestaat op onbeperkt zonlicht, de hinder niet bovenmatig is en de bomen al lang aanwezig waren. De snoeiwijze is bedoeld om hinder te beperken en is redelijk. De vorderingen tot snoeien en verwijderen worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.