Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 14 september 2016
- het proces-verbaal van comparitie van 1 december 2016.
2.De feiten
mij desgewenst voornemens te zijn de bedrijfsvoering voort te zetten. Tot op heden is er, vanwege het gebrek aan overeenstemming met de heer Weel alsmede naar de mening van de heer [naam voormalig bestuurder] benodigde aanvullende voorschotten, geen opdracht verstrekt tot herstel en/of vervanging van machines. Ik gaf de heer Horssius aan dat een zuivere vaststelling van de schade op basis van de thans beschikbare gegevens problematisch zal zijn.
3.Het geschil
4.De beoordeling
verjaring
904,00(2 punten × tarief € 452,00)