Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 maart 2017
[verzoekster 1] en [verzoekster 2] , te [plaats] , verzoeksters
[derde belanghebbende] e.a., te [plaats] .
Rechtbank Gelderland
Verzoeksters hebben bezwaar gemaakt tegen een handhavingsbesluit van de gemeente Nijmegen waarin zij werden gelast het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van horecagelegenheden te beëindigen. Het besluit bevatte dwangsommen bij overtredingen, waaronder het houden van feesten en het overschrijden van maximale bedrijfsvloeroppervlakte voor horeca.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verbod op feesten en partijen (categorie 3 horeca) onduidelijk is en niet in stand kan blijven, omdat het bestemmingsplan categorie 2 horeca toestaat waar ook feesten kunnen plaatsvinden. Ook de dwangsombepalingen zijn strijdig met de Awb omdat ze gecombineerd zijn vastgesteld als bedrag ineens en per overtreding.
Ten aanzien van de bedrijfsvloeroppervlakte oordeelde de rechter dat niet alleen het gebruik maar ook de feitelijke inrichting van ruimten voor horeca telt, waardoor sprake is van overschrijding. Echter is de formulering van de last te strikt en kan deze niet ongewijzigd blijven. Hetzelfde geldt voor het verbod op terrassen buiten het bestemmingsplangebied, omdat ondersteunende horeca daar wel is toegestaan.
Gezien deze gebreken schorst de voorzieningenrechter het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit is geschorst en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.