Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[naam 1] , [naam 2] en [naam 3], te [plaats] , (gemachtigde: mr. E. Wijnne-Oosterhoff).
Rechtbank Gelderland
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem is verleend aan een derde partij voor de realisering en het gebruik van een mestbassin bij een varkenshouderij. De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening getroffen die het gebruik van het mestbassin schorste.
In deze uitspraak wordt beoordeeld of deze voorlopige voorziening gehandhaafd moet blijven. De voorzieningenrechter oordeelt dat de kennisgeving van het besluit voldoende duidelijk was en dat de vormvrije milieueffectrapportage (mer) adequaat is uitgevoerd, waarbij de mobiele mestscheider en het mestbassin zijn betrokken.
Verder wordt vastgesteld dat het bestemmingsplan ruimte biedt voor het bouwen en gebruiken van het mestbassin, ook buiten het bouwvlak en de aanduiding 'intensieve veehouderij', op grond van een ruime uitleg van de planregels. De ruimtelijke afweging, inclusief de beoordeling van geurhinder volgens de Wet geurhinder en veehouderij en het V-stacks model, is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zorgvuldig gemaakt.
Gezien het ontbreken van gegronde bezwaren tegen het woon- en leefklimaat en de planologische rechtmatigheid, wordt de voorlopige voorziening opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt opgeheven en het gebruik van het mestbassin is toegestaan.