De rechtbank Gelderland heeft op 30 maart 2017 uitspraak gedaan in de zaak tegen een bewindvoerder die werd verdacht van verduistering en valsheid in geschrifte. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden wegens verduistering van ongeveer 500.000 euro van cliëntenrekeningen.
Tijdens de procedure werd tevens een ontnemingsvordering behandeld, waarbij de officier van justitie vorderde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld en aan de Staat werd ontnomen. De rechtbank stelde het voordeel vast op 492.874,06 euro, waarna schadevergoedingen aan slachtoffers werden afgetrokken.
Na verrekening van de schadevergoedingen resteerde een bedrag van 376.933,82 euro dat veroordeelde aan de Staat moet betalen. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en het bewijs uit politieprocessen-verbaal en de verklaring van de verdachte.
De straf en ontnemingsmaatregel zijn uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem, waarbij de verdachte werd bijgestaan door een raadsman.