Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 9 september 2015 (verder: het tussenvonnis)
- het deskundigenbericht van prof. Dr. L.J. Kapelle, Neuroloog, (verder: Kapelle) van 8 april 2016
- het deskundigenbericht van prof. dr. H.J. Stam, MD PhD FRCP, revalidatiearts, (verder: Stam) van 20 april 2016
- de conclusie na deskundigenbericht van [eiseres]
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Rijnstate
- het proces-verbaal van de pleidooien gehouden op 18 januari 2017.
2.De verdere beoordeling
Kunt u in het kader van de vorige vraag ook aandacht besteden aan de herkenbaarheid van een beginnende cervicale myelopathie?
Het bovenstaande samenvattend: is er op 21 april 2008 en 1 juli 2008 door de betrokkene neuroloog gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot in gelijke omstandigheden mag worden verwacht? Indien deze vraag ontkennend zou worden beantwoord: welk beleid had er volgens de destijds geldende richtlijnen, protocollen, wetenschappelijke- en professionele inzichten naar uw medisch inzicht moeten worden ingesteld respectievelijk gevolgd toen betrokkene op 21 april 2008 of 1 juli 2008 door de neuroloog werd gezien? Wilt u hierbij nog betrekken de volgens [eiseres] bekende incontinentieklachten en haar looppatroon?
Was het uiteindelijke resultaat van de cervicale myelopathie geheel of gedeeltelijk te voorkomen geweest wanneer het onder 5 te voeren beleid was gevolgd?
Wat is uw visie op het tijdens de consulten van 24 april 2008 en 3 juli 2008 vanwege de gepresenteerde klachten verrichte onderzoek en het gevoerde beleid?
2.260,00(5,0 punten × tarief € 452,00)