Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[gedaagde 1],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 16 november 2016
- het proces-verbaal van comparitie van 8 maart 2017.
2.De feiten
Dit rentepercentage geldt voor de gehele looptijd van de lening.
De hoofdsom dient uiterlijk op 31 december 2014 geheel te zijn afgelost.
Schuldeiser is ermee bekend dat de voorraad en debiteuren reeds zijn verpand aan de Rabobank.
(…)
a. in geval van fusie, splitsing, ontbinding, faillissement, surseance van betaling van schuldenaar;
(…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
Nu nimmer door [eiser] is gevorderd het tweede pandrecht te vestigen, heeft [gedaagde 1] ook in zoverre niet ernstig verwijtbaar gehandeld. Ten overvloede merkt de rechtbank in dit verband nog op dat er geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de verklaring van [gedaagde 1] dat als wél zou zijn verzocht om effectuering van het pandrecht, hij hieraan zijn medewerking zou hebben verleend. Ook zou het verlenen van een pandrecht aan [eiser] zonder een daartoe strekkende vordering mogelijk als paulianeus hebben te gelden.