Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 14 maart 2017;
- het schriftelijke verweer van de rechter van 21 maart 2017;
- het proces-verbaal van de zitting van 13 maart 2017.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. B.J. Zippelius, rechter in de rechtbank Gelderland, vanwege vermeende vooringenomenheid tijdens een zitting over een voorlopige voorziening in een ontslagzaak. Verzoeker stelde dat de rechter voorafgaand aan de zitting al een oordeel had gevormd en dat de rechter kritische vragen stelde die de indruk wekten van partijdigheid.
De wrakingskamer heeft onderzocht of de feiten en omstandigheden objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. De rechter had tijdens de zitting aangegeven dat verzoeker de schijn tegen had op basis van het dossier, maar dit werd gezien als een voorlopige indruk waar verzoeker op kon reageren. Kritische vragen van de rechter zijn binnen haar taak om geschilpunten te verduidelijken.
Ook het feit dat de gemachtigde van het college werkzaam was bij het voormalige advocatenkantoor van de rechter, bood geen grond voor wraking omdat er sinds 2010 geen contact meer was en geen betrokkenheid bij de zaak. De wrakingskamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.