Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
3.Vordering van de benadeelde partij
4.De beslissing
benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijkin de vordering.
Rechtbank Gelderland
Op 17 januari 2017 vond een brand plaats in een pand te Winterswijk. Verdachte werd ervan beschuldigd deze brand te hebben gesticht op 17 januari 2016, maar de rechtbank oordeelde dat het verschil van een jaar tussen de tenlastelegging en het daadwerkelijke incident te groot is om dit als 'omstreeks' te beschouwen.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, op basis van het vermeende opzettelijk aansteken van kleding in een kamer. De verdediging voerde aan dat verdachte geen voorwaardelijk opzet had en verminderd toerekeningsvatbaar was, wat ook door een psychiater werd ondersteund.
Na beoordeling concludeerde de rechtbank dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte de brand had gesticht. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering van ruim €28.000 vanwege de vrijspraak. Verdachte werd daarom vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs en onjuiste datum in de tenlastelegging.