ECLI:NL:RBGEL:2017:2521

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 mei 2017
Publicatiedatum
8 mei 2017
Zaaknummer
05/740034-17
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor brandstichting in Winterswijk

Op 17 januari 2017 vond een brand plaats in een pand te Winterswijk. Verdachte werd ervan beschuldigd deze brand te hebben gesticht op 17 januari 2016, maar de rechtbank oordeelde dat het verschil van een jaar tussen de tenlastelegging en het daadwerkelijke incident te groot is om dit als 'omstreeks' te beschouwen.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, op basis van het vermeende opzettelijk aansteken van kleding in een kamer. De verdediging voerde aan dat verdachte geen voorwaardelijk opzet had en verminderd toerekeningsvatbaar was, wat ook door een psychiater werd ondersteund.

Na beoordeling concludeerde de rechtbank dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte de brand had gesticht. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering van ruim €28.000 vanwege de vrijspraak. Verdachte werd daarom vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs en onjuiste datum in de tenlastelegging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer : 05/740034-17
Datum uitspraak : 8 mei 2017
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] .
Raadsman: mr. M.M. Dezfouli, advocaat te 's-Gravenhage.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 april 2017.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter zitting, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 17 januari 2016 te Winterswijk, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht in een kamer/woning aan de [adres] , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk met een aansteker kleding, gehangen aan het bedframe of een deur, aangestoken, ten gevolge waarvan die kamer/woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die kamer/woning en/of naastgelegen kamer(s)/woning(en) en/of nabijgelegen kamer(s)/woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) (andere) bewoner(s) van voornoemde kamer(s)woning(en) aan de [adres] , in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding onderzoek
Op 17 januari 2017 heeft een brand gewoed in een pand van het [naam] (hierna: [naam] ) aan de [adres] in Winterswijk. Verdachte wordt ervan verdacht die brand te hebben gesticht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Zij heeft een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, geëist.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat er bij verdachte geen sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. Hij heeft het risico op gevaar niet geaccepteerd. De psychiater is ook van mening dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Verdachte moet dan ook niet strafbaar worden geacht. De raadsman heeft verder gewezen op de gevolgen van een veroordeling voor de verblijfsvergunning van verdachte.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank overweegt dat in de tenlastelegging als pleegdatum is vermeld ’17 januari 2016’. Uit het dossier zou wellicht kunnen volgen dat een brand heeft plaatsgevonden op 17 januari 2017. Naar het oordeel van de rechtbank voert het veel te ver om te oordelen dat een incident dat een jaar later dan de in de tenlastelegging vermelde datum zou hebben plaatsgevonden, nog valt onder ‘omstreeks’. De rechtbank vindt de pleegdatum dusdanig cruciaal dat zij ook geen aanleiding ziet de in de tenlastelegging opgenomen datum aan te merken als een kennelijke stelfout die door de rechtbank kan worden verbeterd.
Gelet op het bovenstaande wordt verdachte vrijgesproken.

3.Vordering van de benadeelde partij

Het [naam] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en een bedrag van
€ 28.780,70 gevorderd.
De rechtbank overweegt dat het [naam] vanwege de vrijspraak van verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

4.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;
 verklaart de
benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijkin de vordering.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.C. Henniphof (voorzitter), mr. C. Kleinrensink en
mr. R.M.A.G. van Valderen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 mei 2017.
mr. Kleinrensink en mr. Van Valderen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.