ECLI:NL:RBGEL:2017:2600
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H. van Empel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag op staande voet wegens ontbreken dringende reden
De werknemer werd op 17 januari 2017 op staande voet ontslagen door de werkgever, die meerdere gedragingen aanvoerde als dringende reden, waaronder intimiderende WhatsApp-berichten, ongewenst gedrag tijdens een nieuwjaarsfeest en het gebruik van verdovende middelen. De werknemer betwistte deze redenen en stelde dat er geen dringende reden was voor het ontslag.
De kantonrechter oordeelde dat de gedragingen tijdens het nieuwjaarsfeest reeds aanleiding waren voor het niet verlengen van het contract en het niet meer inplannen voor werkzaamheden, waardoor deze niet opnieuw als dringende reden konden gelden voor het ontslag op staande voet. De WhatsApp-berichten werden wel als dreigend ervaren, maar niet als zodanig intimiderend of bedreigend dat onmiddellijke beëindiging gerechtvaardigd was.
Verder werd vastgesteld dat de werknemer vanaf 13 januari 2017 arbeidsongeschikt was wegens depressieve klachten, wat het ontbreken van een deskundigenoordeel van het UWV rechtvaardigde. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het salaris en openstaande vakantiedagen over de periode van 17 januari tot 14 februari 2017, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. Het verzoek tot vergoeding van reiskosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De opzegging van de arbeidsovereenkomst werd vernietigd en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst op staande voet wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van salaris en vakantiedagen.