ECLI:NL:RBGEL:2017:2710
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen afname DNA-materiaal bij veroordeelde wegens diefstal ongegrond verklaard
De veroordeelde werd op 27 oktober 2016 veroordeeld tot een werkstraf van 24 uur wegens diefstal. Op 8 november 2016 werd door de officier van justitie bevolen om DNA-materiaal af te nemen, wat op 22 februari 2017 is uitgevoerd. De veroordeelde diende een bezwaarschrift in tegen deze afname, stellende dat het celmateriaal niet was afgenomen door een daartoe aangewezen opsporingsambtenaar en dat het proces-verbaal niet voldeed aan de vereiste formaliteiten.
Tijdens de zitting op 3 mei 2017 werd namens de veroordeelde verweer gevoerd, terwijl de veroordeelde zelf niet verscheen. De raadkamer oordeelde dat de afname was verricht door een bevoegde en gecertificeerde opsporingsambtenaar en dat het proces-verbaal, hoewel niet op ambtseed opgemaakt, rechtsgeldig was. Er was geen bewijs dat het DNA-materiaal onjuist was verpakt of dat de formaliteiten niet waren nageleefd.
De raadkamer concludeerde dat aan alle wettelijke vereisten voor de afname van DNA-materiaal was voldaan en verklaarde het bezwaarschrift ongegrond. De beslissing werd op 17 mei 2017 in raadkamer uitgesproken door rechter F.J.H. Hovens.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de afname van DNA-materiaal is ongegrond verklaard.