Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
;
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en haar werkgever over loonbetaling tijdens een loonsanctie opgelegd door het UWV, alsmede de uitbetaling van overuren en opgebouwde vakantiedagen.
De werknemer was sinds 2011 ziek en werd vanaf juni 2014 slechts 70% van haar loon uitbetaald door de werkgever, terwijl zij meende recht te hebben op 100% loonbetaling gedurende de loonsanctieperiode. Daarnaast vorderde zij betaling van niet-betaalde overuren en niet-genoten vakantiedagen.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke loondoorbetalingsverplichting tijdens de loonsanctie op grond van de WIA en BW 70% van het loon bedraagt, tenzij anders overeengekomen, wat hier niet het geval was. De vordering tot betaling van 100% loon werd daarom afgewezen. De vordering tot betaling van overuren werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van opdracht tot overwerk.
De rechtbank kende wel een bedrag toe voor niet-uitgekeerde opgebouwde vakantiedagen, waarbij rekening werd gehouden met de juiste berekening van vakantie-uren en verjaring. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Werkgever moet 70% loon betalen tijdens loonsanctie en vakantiedagen en incassokosten uitbetalen, overurenvordering afgewezen.