ECLI:NL:RBGEL:2017:3256
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging schriftelijke aanwijzing Jeugdbescherming Gelderland in belang minderjarige
De zaak betreft een verzoek van Jeugdbescherming Gelderland (GI) tot bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing aan de moeder van een minderjarige, gegeven op 11 januari 2017, op grond van artikel 1:263 lid 3 BW Pro. Deze aanwijzing betreft de verzorging en opvoeding van de minderjarige en is bedoeld om de uitvoering van de ondertoezichtstelling te waarborgen.
De GI stelde dat de moeder onvoldoende meewerkt aan de hulpverlening, afspraken niet nakomt en de communicatie met de vader en hulpverleners moeizaam verloopt. De moeder ontkende het vertrouwen in de hulpverlening en stelde dat de situatie niet gelijkwaardig wordt behandeld. De vader bevestigde de gebrekkige samenwerking en het gebrek aan informatievoorziening door de moeder.
De kinderrechter oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig en gemotiveerd is gegeven en in het belang van de minderjarige is. De moeder heeft toegezegd zich aan de aanwijzing te houden, maar de bekrachtiging is noodzakelijk om de hulpverlening te waarborgen. Het verzoek tot oplegging van een dwangsom werd afgewezen vanwege de financiële situatie van de moeder en het belang van het kind.
Daarnaast werden zelfstandige verzoeken van de vader niet-ontvankelijk verklaard omdat de procedure daartoe geen ruimte biedt. Tegen deze beschikking is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van Jeugdbescherming Gelderland aan de moeder en wijst het verzoek tot oplegging van een dwangsom af.