ECLI:NL:RBGEL:2017:3969
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor onderhandse executieverkoop bedrijfshallen na geschil over verkoopprijs
ABN AMRO verzocht de rechtbank om verlof op grond van artikel 3:268 lid 2 BW Pro voor de onderhandse verkoop van twee bedrijfshallen. De verkoopprijs bedroeg €211.000, terwijl de executiewaarde volgens een taxatierapport €205.000 bedroeg.
De verweerster stelde dat ABN AMRO misbruik maakte van haar bevoegdheid tot parate executie omdat zij niet in verzuim zou zijn en de verkoopprijs te laag was. Tevens werd aangevoerd dat ABN AMRO de rekeningcourantovereenkomst wilde beëindigen vanwege een ongunstige debetrente.
De rechtbank oordeelde dat de rechtmatigheid van de executie niet ter toetsing stond in deze procedure en dat de verweerster voldoende tijd had gehad om een andere procedure te starten. Het verweer over de lage verkoopprijs werd verworpen omdat de verweerster geen eigen taxatierapport had overgelegd.
De voorzieningenrechter verleende daarom toestemming voor de onderhandse verkoop overeenkomstig de koopovereenkomst tussen ABN AMRO en de beoogde koper. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Verzoek van ABN AMRO om toestemming voor onderhandse executieverkoop van bedrijfshallen wordt toegewezen.