ECLI:NL:RBGEL:2017:3969

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 juli 2017
Publicatiedatum
26 juli 2017
Zaaknummer
C/05/318332 / KG RK 17-330
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 BWArt. 548 RvArt. 438 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor onderhandse executieverkoop bedrijfshallen na geschil over verkoopprijs

ABN AMRO verzocht de rechtbank om verlof op grond van artikel 3:268 lid 2 BW Pro voor de onderhandse verkoop van twee bedrijfshallen. De verkoopprijs bedroeg €211.000, terwijl de executiewaarde volgens een taxatierapport €205.000 bedroeg.

De verweerster stelde dat ABN AMRO misbruik maakte van haar bevoegdheid tot parate executie omdat zij niet in verzuim zou zijn en de verkoopprijs te laag was. Tevens werd aangevoerd dat ABN AMRO de rekeningcourantovereenkomst wilde beëindigen vanwege een ongunstige debetrente.

De rechtbank oordeelde dat de rechtmatigheid van de executie niet ter toetsing stond in deze procedure en dat de verweerster voldoende tijd had gehad om een andere procedure te starten. Het verweer over de lage verkoopprijs werd verworpen omdat de verweerster geen eigen taxatierapport had overgelegd.

De voorzieningenrechter verleende daarom toestemming voor de onderhandse verkoop overeenkomstig de koopovereenkomst tussen ABN AMRO en de beoogde koper. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: Verzoek van ABN AMRO om toestemming voor onderhandse executieverkoop van bedrijfshallen wordt toegewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rekestnummer: C/05/318332 / KG RK 17-330
Beschikking van de voorzieningenrechter van 24 juli 2017
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. G. Hamers te Rosmalen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster,
vertegenwoordigd door haar bestuurder [bestuurder verweerster] .
Partijen worden hierna ABN en [verweerster] genoemd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met tien producties
- de brief met een productie van mr. Hamers d.d. 1 mei 2017
- het faxbericht van [verweerster] d.d. 14 juli 2017
- de mondelinge behandeling op 17 juli 2017. Verschenen zijn mr. Hamers voornoemd en [bestuurder verweerster] voornoemd en zijn zoon [zoon van bestuurder] namens [verweerster] . De beoogde koper, [belanghebbende] is als toehoorder aanwezig geweest. [zoon van bestuurder] heeft het standpunt van [verweerster] toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

2.Het verzoek en het verweer daartegen

2.1.
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van verlof als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW Pro, om de hierna te noemen onroerende zaken onderhands te verkopen volgens de bij het verzoek gevoegde koopovereenkomst tussen ABN en [belanghebbende] , waarin een koopprijs is gemeld van € 211.000,00.
2.2.
[verweerster] heeft tijdens de mondeling behandeling verweer gevoerd dat in de kern erop neerkomt dat ABN misbruik maakt van haar bevoegdheid tot parate executie, omdat [verweerster] niet in verzuim is en omdat de verkoopprijs te laag is. [verweerster] is van mening dat ABN de rekeningcourantovereenkomst met [verweerster] wil beëindigen omdat [verweerster] met de voorganger van ABN, Fortis ASR N.V., een debetrente is overeengekomen van 1,25 % boven Euribor.
2.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.
2.4.
De beoordeling
2.5.
Een procedure als de onderhavige, gebaseerd op artikel 548 Rv Pro en 3:268 BW, heeft (enkel) ten doel rechterlijke controle op onderhandse executieverkoop, die zich immers aan de openbaarheid van een veiling onttrekt, in te stellen. Getoetst dient (slechts) te worden of goedkeuring gehecht kan worden aan onderhandse executieverkoop op basis van de voorgelegde koopovereenkomst, of dat op de voet van artikel 548 lid 4 Rv Pro opnieuw een veilingdag dient te worden bepaald. De rechtmatigheid van de executie als zodanig ligt in deze procedure niet ter toetsing voor. Daarvoor dient (de voorzieningenrechter van) de rechtbank (in kort geding) te worden geadieerd op de voet van artikel 438 Rv Pro. [verweerster] heeft voldoende tijd gehad om een dergelijke procedure aanhangig te maken. Hij heeft dit ook overwogen, zo heeft hij tijdens de mondelinge behandeling verklaard, maar heeft er uiteindelijk van afgezien. ABN heeft ter zitting overigens onbetwist gesteld dat er nog immer sprake is van een overstand van momenteel € 252.502,35. Bovendien was er ook door onder meer de belastingdienst beslag gelegd op de panden. Ook daarin zag ABN reden de hypotheekovereenkomst op te zeggen. Het verweer van [verweerster] hieromtrent kan hoe dan ook niet slagen.
2.6.
Uit het taxatierapport van 18 april 2017 dat ABN bij brief van 1 mei 2017 in het geding heeft gebracht, blijkt dat de executiewaarde van de drie panden wordt geschat op
€ 205.000,00. Het verweer van [verweerster] dat de koopsom van € 211.000,00 te laag is en dat de taxaties onbetrouwbaar zouden zijn, dient eveneens te worden gepasseerd. [verweerster] heeft op geen enkele manier onderbouwd waarom de taxatierapporten onbetrouwbaar zouden zijn. Het had bovendien op de weg van [verweerster] gelegen om een hogere waarde van de panden aan te tonen door een in opdracht van hemzelf opgesteld taxatierapport in het geding te brengen. [verweerster] heeft zulks nagelaten.
2.7.
Het verzoek is ook overigens op de wet gegrond en zal, mede gelet op hetgeen onder 2.5. en 2.6. is overwogen, worden toegewezen.
2.8.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verlof aan ABN om de bedrijfshal plaatselijk bekend [adres] te [woonplaats] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] , [sectie nummer] en de bedrijfshal plaatselijk bekend [adres 2] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] , [sectie nummer] , onderhands te verkopen op grond van de hierbij goedgekeurde koopovereenkomst tussen ABN en [belanghebbende] , die aan deze beschikking is gehecht,
3.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.A. van der Straaten en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2017.