Azur Investments Nederland B.V. vordert in kort geding dat [gedaagde] wordt verboden verhuurbemiddelingsactiviteiten te verrichten voor 2018 met betrekking tot appartementen en vakantievilla’s op Strandresort Schier, en dat verhuuragenda's worden verwijderd. Azur baseert dit op het vermeende einde van de exclusieve verhuurbemiddelingsovereenkomst van 12 januari 2015 tussen de VvE en [gedaagde].
De rechtbank overweegt dat de overeenkomst van 12 januari 2015 in principe loopt tot 22 september 2019 en dat de stelling van Azur dat deze is geëindigd wegens niet tijdige betaling van huuropbrengsten niet opgaat. Ook is de vermeende opzegging door de VvE niet rechtsgeldig gebleken, omdat deze niet door het bestuur is gedaan zoals vereist. De vaststellingsovereenkomst van 17 augustus 2016, die de beëindiging van de oorspronkelijke overeenkomst zou regelen, is niet bindend omdat een opschortende voorwaarde niet is vervuld: de overeenkomst tussen Hogenboom en [gedaagde] is niet tot stand gekomen.
Daarmee is de exclusieve bemiddelingsbevoegdheid van [gedaagde] ten aanzien van Strandresort Schier voorlopig nog van kracht. De vorderingen van Azur worden daarom afgewezen en Azur wordt veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde].