Op 26 juli 2015 vond in een café te Arnhem een mishandeling plaats waarbij het slachtoffer met een barkruk werd geslagen, wat leidde tot ernstig letsel. Verdachte werd ervan beschuldigd deze mishandeling te hebben gepleegd. De politie startte een onderzoek en diverse getuigen werden gehoord.
De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak, omdat het bewijs onvoldoende was om verdachte wettig en overtuigend te verbinden aan het tenlastegelegde. Getuigenverklaringen waren deels gebaseerd op horen zeggen en er was geen directe waarneming van verdachte die het geweld pleegde. Bovendien was er sprake van mogelijke persoonsverwisseling door de associatie met een eigenaar van een coffeeshop en een witte auto.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet overtuigend was en sprak verdachte vrij. De civiele vordering van het slachtoffer en een andere benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij hun vordering alleen bij de burgerlijke rechter kunnen indienen. Het vonnis werd uitgesproken op 22 september 2017 door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland.