ECLI:NL:RBGEL:2017:4922
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonovername transitievergoeding bij faillissement werkgever
Eiseres sloot vlak voor het faillissement van haar werkgever een beëindigingsovereenkomst waarin een vergoeding van €7.000 werd afgesproken. Na het faillissement stelde het UWV een eindafrekening vast waarbij deze vergoeding niet werd overgenomen op grond van hoofdstuk IV van de WW.
Eiseres voerde beroep aan en stelde dat de vergoeding onder artikel 64 van Pro de WW viel en derhalve door het UWV moest worden overgenomen. Tevens stelde zij dat zij ten onrechte niet was gehoord tijdens de bezwaarprocedure.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onterecht afzag van het horen van eiseres, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met het hoor- en motiveringsbeginsel. Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat de vergoeding niet voor overneming in aanmerking komt omdat deze betrekking heeft op de periode na het einde van de dienstbetrekking en niet valt binnen de termijnen van artikel 64, eerste lid, onder a en b, van de WW.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand en bepaalde dat het griffierecht aan eiseres wordt vergoed. Eiseres werd gewezen op de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens schending van het hoor- en motiveringsbeginsel, maar de vergoeding van €7.000 wordt niet overgenomen door het UWV.