Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
4.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten;
verklaartde benadeelde partij [naam 3]
niet-ontvankelijkin haar vordering.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft een 41-jarige vrouw uit Turkije veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar voor het bestelen van een inmiddels overleden bejaarde vrouw uit Renkum. De vrouw was werkzaam als huishoudster en verzorgster van het slachtoffer en maakte zich schuldig aan het verduisteren van grote geldbedragen en sieraden. Haar 42-jarige echtgenoot, die werd verdacht van medeplegen of behulpzaamheid bij deze diefstallen, is vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
Tussen april en juli 2011 heeft de vrouw via volmacht grote bedragen van de bankrekeningen van het slachtoffer gepind en sieraden niet teruggegeven. Zij isoleerde het slachtoffer van haar familie en regelde tegen de wens van het slachtoffer in een ander verzorgingstehuis. De vrouw stal ook de opbrengst van de verkoop van het huis en gebruikte het geld voor eigen uitgaven. Na vertrek naar Turkije reageerde zij niet meer op berichten van het slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de echtgenoot betrokken was bij de diefstal of verduistering. Hoewel hij een opslagruimte had gehuurd en getrouwd was met de vrouw, ontbrak het aan aanwijzingen voor medeplichtigheid of medeplegen. De officier van justitie had een gevangenisstraf van vier maanden geëist, waarvan twee voorwaardelijk, maar de rechtbank sprak hem vrij. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar civiele vordering omdat verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: De echtgenoot is vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan bewijs.