De rechtbank Gelderland behandelde de beroepen van omwonenden tegen het besluit van de burgemeester van Wageningen om een horecagelegenheid op donder-, vrij- en zaterdagen tot 1.30 uur open te laten zijn. Eisers stelden dat de exploitatie leidt tot onevenredige aantasting van hun woongenot door geluidshinder en vorderden beperking van de exploitatie en vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit niet meer geldt, maar dat voor de beoordeling van het verzoek tot proceskostenvergoeding de rechtmatigheid van dat besluit moet worden getoetst. De beleidsvrijheid van de burgemeester bij het toepassen van artikel 2.29, derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening werd bevestigd, waarbij terugkomen op eerdere keuzes mogelijk is bij nieuwe feiten of inzichten.
De rechtbank concludeerde dat de burgemeester niet verplicht was het primaire besluit te herroepen ten gunste van eisers en dat het verzoek tot vergoeding van proceskosten terecht is afgewezen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.