Uitspraak
1.De procedure
[woonplaats]
Rechtbank Gelderland
De Stichting verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de bestuurder wegens vermeende belangenverstrengeling en andere verwijten. De bestuurder betwistte de verwijten en deed tegenverzoeken, waaronder toekenning van transitie- en billijke vergoedingen.
Tijdens de procedure werden getuigen gehoord en processtukken bestudeerd. De kantonrechter oordeelde dat de Stichting onvoldoende bewijs leverde voor belangenverstrengeling of schijn daarvan, mede gelet op verklaringen van de voormalig voorzitter Raad van Toezicht en de bestuurder zelf. De vermeende schijn van belangenverstrengeling lag niet in de risicosfeer van de bestuurder.
Wel werd de arbeidsovereenkomst ontbonden op de h-grond, omdat de relatie tussen partijen geen toekomstperspectief bood. De discussie over vergoedingen en tegenverzoeken wordt aangehouden voor nadere behandeling en mogelijke minnelijke regeling.
De kantonrechter benadrukte het belang van hoor en wederhoor en wees de primaire en subsidiaire ontbindingsverzoeken op de grond van belangenverstrengeling af. De procedure wordt voortgezet voor de financiële afwikkeling.
Uitkomst: Ontbinding arbeidsovereenkomst op h-grond toegestaan, verzoeken op belangenverstrengeling afgewezen, verdere behandeling over vergoedingen aangehouden.