Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, te Arnhem;
., te [plaats] (gemachtigde: mr. M.R.J. Baneke);
Rechtbank Gelderland
Eiseres vroeg op 20 februari 2015 een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een stal en het starten van een biologische legkippenhouderij op een perceel in een waterwingebied. Verweerder weigerde de vergunning op grond van strijd met artikel 2.6.1.1 van de Omgevingsverordening Gelderland en de noodzaak van een milieueffectrapportage (mer).
De rechtbank oordeelde dat artikel 2.6.1.1 een instructieregel is voor de gemeenteraad en niet rechtstreeks kan worden toegepast als toetsingsgrond voor de vergunningverlening. Verweerder mocht deze regel daarom niet gebruiken om de vergunning te weigeren. Wel was het standpunt van verweerder dat een mer vereist was, juridisch aanvaardbaar vanwege onduidelijkheid over milieueffecten.
Daarnaast kreeg eiseres ten onrechte geen gelegenheid om de aanvraag aan te vullen met een mer dat de toets der kritiek kan doorstaan. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder twaalf weken om een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd.