Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[verweerder ] ,
1.De procedure
- het verzoekschrift ex art. 474g Rv met producties 1 tot en met 7, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 29 januari 2016,
- de (fax)brief van mr. Van Vlastuin van 26 februari 2016 met bijgevoegd productie 8,
- de e-mail van [verweerder ] van 21 juni 2016,
- de e-mail van [verweerder ] van 3 juli 2017 met bijgevoegd de beschikking van de kantonrechter te Leiden op een verzoek tot onderbewindstelling van 12 april 2017,
- de mondelinge behandeling van 11 oktober 2017.
3.Het verzoek en het verweer
- te bepalen dat de verkoop van de participaties gedurende zes maanden ondershands mag plaatsvinden waarbij de deurwaarder het door hem ontvangen hoogste bod schriftelijk ter kennis van [verweerder ] dient te brengen en hem gedurende twee weken in de gelegenheid stelt om een hoger bod uit te (laten) brengen. Indien een hoger bod wordt uitgebracht, zal de deurwaarder de drie hoogste bieders informeren over het hoogst uitgebrachte bod en deze drie gedurende veertien dagen in de gelegenheid stellen om het hoogst uitgebrachte bod te overbieden. Toewijzing vindt dan plaats aan de hoogste bieder,
- te bepalen dat – voor het geval de deurwaarder er niet in slaagt om de participaties binnen zes maanden ondershands te verkopen – de verkoop in het openbaar (bij inschrijving) dient plaats te vinden,
- te bepalen dat [belanghebbende] binnen veertien dagen na dagtekening van de te wijzen beschikking aan de deurwaarder, ter beschikking stelt:
- de jaarrekeningen over het boekjaar 2013 en 2014, de voorlopige cijfers over 2015 en een prognose voor 2016,
- alle overige door de deurwaarder gewenste informatie en inlichtingen,
- griffierecht € 288,00
- salaris advocaat € 904,00 (2,0 punt × tarief € 452,00)