ECLI:NL:RBGEL:2017:6088

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 november 2017
Publicatiedatum
24 november 2017
Zaaknummer
6195988 CV EXPL 17-10429
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 238 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering buitengerechtelijke kosten wegens ontbreken specificatie

Direct Pay Services B.V. heeft een vordering van €130,99 overgenomen van Essent en deze bij brief aan de gedaagde partij kenbaar gemaakt. Na betaling van de hoofdsom door de gedaagde partij bleef discussie over de verschuldigdheid van rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

De kantonrechter oordeelt dat Direct Pay onvoldoende heeft voldaan aan haar verplichting om de vordering inzichtelijk te maken, omdat zij zelfs bij dagvaarding geen specificatie van de buitengerechtelijke kosten heeft overgelegd. Hierdoor wordt het redelijk geacht dat Direct Pay de proceskosten en buitengerechtelijke kosten zelf draagt.

De gevorderde rente wordt afgewezen omdat de specificatie pas na betaling werd verstrekt. De gedaagde partij krijgt een vergoeding van €100,00 voor reis- en verletkosten toegekend. De vordering wordt afgewezen en Direct Pay wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Direct Pay tot betaling van buitengerechtelijke kosten en rente wordt afgewezen en Direct Pay wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 6195988 \ CV EXPL 17-10429 \ 693 \ 32568
uitspraak van 15 november 2017.
vonnis
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Direct Pay Services B.V.
gevestigd te Barendrecht
eisende partij
gemachtigde Webcasso B.V.
tegen
[gedaagde partij]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
procederend in persoon
Partijen worden hierna Direct Pay en [gedaagde partij] genoemd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 juni 2017 met producties
- de mondelinge conclusie van antwoord
- de schriftelijke aanvullende conclusie van antwoord met producties
- de conclusie van repliek met producties, tevens houdende vermindering van eis
- de schriftelijke conclusie van dupliek met producties
- de mondelinge aanvullende conclusie van dupliek.

2.De feiten

2.1.
Direct Pay heeft bij brief van 17 februari 2017 [gedaagde partij] geïnformeerd dat zij een vordering met een bedrag van € 130,99 van Essent heeft overgenomen. Hierbij wordt ook verzocht om betaling van de vordering.
2.2.
Bij brief van 14 juni 2017 heeft Direct Pay een specificatie van haar vordering aan [gedaagde partij] gezonden.
2.3.
[gedaagde partij] heeft op 15 juni 2017 een bedrag van € 130,99 betaald aan Direct Pay.

3.De vordering en het verweer

3.1.
Direct Pay vordert, na vermindering van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde partij] veroordeelt om aan haar te betalen € 41,24, met veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten. De vordering bestaat uit een bedrag van
€ 130,99 aan hoofdsom, € 1,24 aan verschenen rente en € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten. Dit bedrag is verminderd met € 130,99 door de betaling van [gedaagde partij] van
15 juni 2017.
3.2.
Direct Pay baseert haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, op de volgende – zakelijk weergegeven – stellingen. [gedaagde partij] heeft de factuur van € 130,99 pas voldaan nadat hij gedagvaard was, waardoor hij nog wel de verschenen rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten moet vergoeden.
3.3.
[gedaagde partij] voert gemotiveerd verweer dat – beknopt weergegeven – neerkomt op het volgende. Na contact met Essent is toegezegd dat er geen schuld meer was, aldus
. Nadat Direct Pay een aanmaning heeft gezonden, was niet duidelijk waar deze overgenomen vordering van Essent op zag. Vanwege de onduidelijkheid is er meerdere keren om een specificatie gevraagd, onder andere bij mail van 2 maart 2017. De specificatie is pas bij brief van 14 juni 2017 gekomen, waarna het openstaande bedrag van € 130,99 de dag erna is overgemaakt, aldus [gedaagde partij] .

4.De beoordeling

4.1.
Na de betaling van de hoofdsom door [gedaagde partij] spitst het geschil zich toe op de beantwoording van de vraag of [gedaagde partij] buitengerechtelijke kosten, proceskosten en verschenen rente verschuldigd is.
4.2.
Ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten overweegt de kantonrechter als volgt. Teneinde de gevorderde hoofdsom van € 130,99 te incasseren van [gedaagde partij] heeft Direct Pay een aanmaningsbrief gestuurd op 17 februari 2017. Hierin staat geen specificatie van de vordering. Gesteld noch gebleken is dat Direct Pay de vordering – ondanks herhaalde verzoeken van [gedaagde partij] – heeft gespecificeerd voordat zij [gedaagde partij] heeft gedagvaard. Gelet op het voorgaande en het feit dat
Direct Pay zelfs bij dagvaarding nog geen stukken heeft overgelegd waardoor de vordering overzichtelijk wordt gemaakt, terwijl zij hiertoe volgens de regels van het procesrecht wel gehouden is, komt het de kantonrechter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geraden voor om Direct Pay de gevorderde proceskosten en buitengerechtelijke kosten zelf te laten dragen. Dit gedeelte van de vordering wordt afgewezen.
4.3.
Omdat Direct Pay pas bij brief van 14 juni 2017 duidelijkheid heeft verschaft over de vordering, wordt de gevorderde verschenen rente afgewezen.
4.4.
[gedaagde partij] vraagt om een vergoeding van de gemaakte kosten om zijn verweer op te stellen. Op grond van artikel 238 Rv Pro heeft [gedaagde partij] in dit verband alleen recht op de noodzakelijke reis- en verblijfkosten en noodzakelijke verletkosten. Aangezien [gedaagde partij] de rolzittingen in persoon heeft bijgewoond, worden deze kosten begroot op € 100,00.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt Direct Pay in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van
[gedaagde partij] begroot op € 100,00 aan reis- en verletkosten.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op