Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente Zaltbommel om geen handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van zestien recreatieverblijven op een recreatiepark. Het primaire besluit werd herroepen en proceskosten werden aan eisers vergoed, waarmee de onrechtmatigheid van het besluit werd erkend.
Eisers vorderden een oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit, maar de rechtbank concludeert dat zij onvoldoende procesbelang hebben omdat het bestreden besluit reeds gericht was op beëindiging van de permanente bewoning en de periode tussen dat besluit en de opgelegde last onder dwangsom slechts twee maanden bedroeg.
De rechtbank oordeelt dat er geen aannemelijk oorzakelijk verband bestaat tussen het bestreden besluit en de gestelde schade van eisers, die onder meer bestaat uit waardevermindering van hun eigendom. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eisers.