Eiseres heeft in 2013 tien opleggers aangeschaft en verzocht om milieu-investeringsaftrek (MIA) op basis van artikel 3.42a Wet IB 2001. De Belastingdienst weigerde dit omdat de opleggers geen cryogene koelinstallatie of door de vrachtwagenmotor aangedreven koelinstallatie met natuurlijke, halogeenvrije koudemiddelen bevatten, zoals vereist volgens de milieulijst 2013.
De kern van het geschil betrof de interpretatie van de woorden 'indien toegepast' in artikelcode A 4161 van de milieulijst 2013. Eiseres stelde dat deze grammaticaal moesten worden uitgelegd, waardoor alleen de onderdelen die daadwerkelijk in de oplegger zijn toegepast aan de geluidsnorm hoeven te voldoen. Verweerder betoogde dat de woorden teleologisch geïnterpreteerd moeten worden, waarbij alleen bepaalde koelinstallaties in aanmerking komen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres mocht uitgaan van de letterlijke tekst van de artikelcode, waarbij alleen de daadwerkelijk toegepaste onderdelen aan de geluidsnorm hoeven te voldoen. Verweerder kon niet aantonen op welke wijze hij de opleggers aan het doel en de strekking van de regeling had getoetst. De deskundige van RVO verklaarde dat de gebruikte koelinstallaties voldeden aan de geluidsnorm. Daarom kwalificeren de opleggers voor de MIA.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, verminderde de aanslag vennootschapsbelasting en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres.