ECLI:NL:RBGEL:2017:6444
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen aanzegvergoeding verschuldigd bij verlenging arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
Verzoekster was in dienst bij verweerster op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 1 december 2016 tot 31 mei 2017. Partijen bespraken op 22 mei 2017 de afloop van de overeenkomst en de intentie van verweerster om deze te verlengen. Verzoekster zette haar werkzaamheden na 1 juni 2017 voort en werd vanaf 14 juni 2017 arbeidsongeschikt. Verweerster bood haar later een nulurencontract aan, dat verzoekster niet ondertekende.
Verzoekster vorderde onder meer een aanzegvergoeding ex artikel 7:668 lid 3 BW Pro, een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst was verlengd tot 1 december 2017, vernietiging van de opzegging en proceskostenvergoeding. Verweerster stelde dat zij de arbeidsovereenkomst vanaf 1 juni 2017 wilde voortzetten en dat er geen geldige opzegging had plaatsgevonden.
De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst door voortzetting van werkzaamheden na 1 juni 2017 van rechtswege was verlengd voor dezelfde duur. Het ontbreken van een schriftelijke aanzegging had daardoor geen nadelig effect voor verzoekster, zodat geen aanzegvergoeding verschuldigd was. Ook was er geen reden om de opzegging te vernietigen, omdat deze was ingetrokken. Verzoekster had geen belang meer bij een verklaring voor recht.
De verzoeken werden afgewezen en partijen droegen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot aanzegvergoeding en vernietiging opzegging wordt afgewezen omdat arbeidsovereenkomst is verlengd.