De tussenwoning van verzoeker is door brand verloren gegaan. Verweerder heeft aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor herbouw van de woning op basis van het rechtens verkregen niveau, dat wil zeggen de eisen die golden bij de oorspronkelijke bouw in de jaren '60.
Verzoeker betoogt dat de herbouw moet voldoen aan de huidige eisen van het Bouwbesluit 2012, met name voor geluidswering tussen de woningen. De rechtbank oordeelt echter dat sprake is van gedeeltelijke vernieuwing, omdat de fundering en zijmuren behouden zijn gebleven, waardoor het rechtens verkregen niveau van toepassing is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor vergunninghouder de bouw kan voortzetten. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.