De rechtbank Gelderland heeft op 21 december 2017 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen twee mannen uit Ulft die werden verdacht van medeplegen van zware mishandeling en openlijk geweld. De feiten betreffen een incident op of omstreeks 15 januari 2017 waarbij het slachtoffer een fractuur in een nekwervel en andere verwondingen opliep. De officier van justitie eiste een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf.
Tijdens de terechtzitting op 7 december 2017 zijn verklaringen van aangevers, getuigen en verdachten gehoord. Deze verklaringen waren op essentiële punten tegenstrijdig en onduidelijk over het begin en verloop van het geweld. De getuigen waren bovendien vrienden van de aangevers, waardoor hun onafhankelijkheid beperkt was.
De rechtbank kon daardoor niet wettig en overtuigend vaststellen dat de verdachten zich schuldig hadden gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Daarom zijn zij vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De civiele vordering van de benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafzaak niet tot een veroordeling leidde en de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter moet indienen.