Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[Eiser 1] ,
[Eiser 2],
[Eiser 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 maart 2017,
- het proces-verbaal van comparitie van 18 april 2017.
Rechtbank Gelderland
Eisers, eigenaren van een winkelpand, verhuurden de winkelruimte voor vijf jaar aan een rechtspersoon waarvan gedaagde bestuurder was. De huurder ging failliet voordat de door verhuurder verlangde borgstelling van een derde partij was afgegeven. Eisers vorderden persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor de huurachterstand.
De rechtbank stelt vast dat de huurder het vaste deel van de huur enkele maanden betaalde en dat het flexibele deel niet werd voldaan vanwege lage omzet. De borgstelling door Overhaghe, een derde partij, is nooit ondertekend. Eisers hebben de winkelruimte laten betrekken zonder dat de borgstelling was afgegeven, wat zij zichzelf moeten aanrekenen.
De rechtbank oordeelt dat de bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk is, omdat hij niet wist dat de huurder de huur niet zou kunnen betalen en onvoldoende is gebleken dat hij bewust de borgstelling niet wilde laten afgeven. De vordering wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder wordt afgewezen.