ECLI:NL:RBGEL:2017:6928
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op rechtsvermoeden arbeidsomvang wegens duur arbeidsovereenkomst onder drie maanden
De werknemer trad op 7 maart 2016 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van acht maanden. Op 5 november 2016 sloten partijen een nieuwe arbeidsovereenkomst voor wederom acht maanden. De werknemer werkte in de periode maart tot december 2016 diverse uren, maar meldde zich op 16 december 2016 ziek.
De werknemer vorderde vaststelling van de arbeidsomvang op 126,5 uur per maand op grond van het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW en betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, niet opgenomen vakantiedagen en toeslagen voor feestdagen. De werkgever verweerde zich met het standpunt dat de tweede arbeidsovereenkomst een nieuwe overeenkomst was die nog geen drie maanden duurde bij ziekmelding, zodat het rechtsvermoeden niet van toepassing was.
De kantonrechter oordeelde dat de tweede arbeidsovereenkomst inderdaad een nieuwe overeenkomst was en dat het rechtsvermoeden daarom niet van toepassing was. De gevorderde verklaring voor recht werd afgewezen. Wel werd vastgesteld dat de werkgever per abuis het loon over april 2017 niet had betaald en werd de werkgever veroordeeld dit alsnog met wettelijke verhoging en rente te voldoen. De overige loonvorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een toepasselijke cao.
De kosten van de procedure werden aan de werknemer opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken door mr. I.C.J.I.M. van Dorp op 22 november 2017.
Uitkomst: De vordering tot vaststelling van de arbeidsomvang en betaling van achterstallig loon wordt afgewezen, behalve de betaling van het loon over april 2017 met wettelijke toeslagen.