ECLI:NL:RBGEL:2017:6941
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen over kosten huishouding na beëindiging samenleving
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen in een woning van [Gedaagde]. [Eiser] verrichtte verbouwingswerkzaamheden en betaalde diverse kosten tijdens de samenleving. Na beëindiging vordert [Eiser] vergoeding van kosten en incassokosten, terwijl [Gedaagde] een tegenvordering instelt wegens meegenomen zaken en herstelkosten van de woning.
De rechtbank beoordeelt dat geen afspraken over kosten zijn gemaakt en dat het gezamenlijke inkomen volledig werd aangewend voor de huishouding. [Eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat hij meer heeft bijgedragen dan redelijk was, mede door ontbrekende bewijsstukken en onduidelijkheid over de aard van kosten. De vorderingen voor kosten van de huishouding en roerende zaken worden daarom afgewezen, behalve het door [Gedaagde] erkende bedrag van €3.485,96.
De vordering van [Gedaagde] wegens meegenomen zaken en herstelkosten wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank veroordeelt [Gedaagde] tot betaling van €3.959,56 inclusief een deel incassokosten en rente. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van [Eiser] toe tot €3.485,96 met rente en incassokosten, wijst overige vorderingen af en compenseert de proceskosten.