Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 14 februari 2017
de erven van [X] , te [Z] , eisers
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Nijmegen, verweerder.
Procesverloop
10 december 2012, beroep ingesteld.
mr. [gemachtigde] en [A] BBA.
Overwegingen
21 december 2009 - waarin akkoord was gegaan met een verlengde termijn voor het opleggen van aanslagen voor de jaren 1997 en 2004 - ingetrokken en verweerder tot
1 mei 2010 de gelegenheid gegeven om de navorderingsaanslagen op te leggen.
- dat het inzagerecht als bedoeld in artikel 7:4, tweede lid, van de Awb is geschonden;
- dat zozeer in strijd is gehandeld met hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat de navorderingsaanslagen moeten worden vernietigd en
- dat de navorderingsaanslagen die zijn opgelegd met toepassing van artikel 16, vierde lid, van de AWR moeten worden vernietigd, omdat bij het voorbereiden en vaststellen van die aanslagen, mede gelet op de wijze van verkrijging van de gegevens en de identificatie, niet voldoende voortvarend zou zijn gehandeld.
- dat geen sprake is van een schending van het inzagerecht;
- dat geen sprake is van enig handelen dat zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht en
- dat de belastingaanslagen met voldoende voortvarendheid zijn opgelegd.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;