Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 10 januari 2018.
- het schriftelijke verweer van de rechter van 19 januari 2018.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J.J. Westerbaan, rechter bij de Rechtbank Gelderland, wegens het niet verlenen van uitstel voor een zitting gepland op 5 januari 2018. Verzoeker kon wegens plotsdoofheid en medische afspraken niet aanwezig zijn en had dit tijdig gemeld met bewijs van een spoedafspraak. De rechter besloot desalniettemin de zitting door te laten gaan, waardoor verzoeker meende dat zijn recht op verweer en verdediging werd beperkt en de rechter partijdig was.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor aantonen. Het niet honoreren van een uitstelverzoek is een normale procedurele beslissing en vormt op zichzelf geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid. De rechter had gemotiveerd waarom geen uitstel werd verleend, mede gelet op het late tijdstip van het verzoek en eerdere uitstelverzoeken van verzoeker.
De wrakingskamer concludeerde dat de beslissing niet onbegrijpelijk of ongebruikelijk was en dat er geen feiten waren die vooringenomenheid van de rechter aannemelijk maakten. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wegens het niet verlenen van uitstel is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.