Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 17 januari 2018;
- het schriftelijke verweer van de rechter van 6 februari 2018.
Rechtbank Gelderland
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de deelgeschilprocedure behandelde tussen verzoeker en een bedrijf. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was omdat een medewerker namens de rechter had geadviseerd om de deelgeschilprocedure in te trekken en een bodemprocedure te starten, wat volgens verzoeker de schijn van partijdigheid wekte.
De wrakingskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid en het vermoeden van onpartijdigheid dat aan rechters toekomt. Uit het dossier bleek dat de vraag van de rechtbank aan verzoekers raadsvrouw neutraal was geformuleerd en bedoeld was om pragmatisch te adviseren over de procedurele route, zonder een oordeel over de ontvankelijkheid vooraf te geven.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat de rechter vooringenomen was of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd was. Verzoeker werd geen effectieve rechtsgang ontnomen en had tijdens de mondelinge behandeling de mogelijkheid om zijn standpunten over de ontvankelijkheid naar voren te brengen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beschikking werd op 5 maart 2018 door de wrakingskamer van de rechtbank Gelderland uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep of hoger beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen omdat geen sprake is van vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.