ECLI:NL:RBGEL:2018:1206

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 maart 2018
Publicatiedatum
19 maart 2018
Zaaknummer
05/760110-17 ontneming
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door militaire joyriding

De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een ex-militair, voortvloeiend uit militaire joyriding. De zaak werd behandeld door de meervoudige militaire kamer van de Rechtbank Gelderland, waarbij de veroordeelde niet aanwezig was.

De militaire kamer stelde vast dat de veroordeelde 23.691,6 kilometer op kosten van zijn werkgever had gereden. Gezien zijn financiële situatie werd aangenomen dat hij een kleine, zuinige auto (miniklasse) zou hebben gehad, waaruit het voordeel werd berekend op € 8.528,98, lager dan het aanvankelijk door de officier van justitie geschatte bedrag.

De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De kamer legde de veroordeelde de verplichting op om dit bedrag aan de staat te betalen als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het bewijs bestond uit proces-verbalen van de Koninklijke Marechaussee en andere schriftelijke stukken.

Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van € 8.528,98 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer : 05/760110-17
Datum zitting : 05 maart 2018
Datum uitspraak: 19 maart 2018
Verstek
Uitspraak van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
naam :
[veroordeelde](hierna te noemen: veroordeelde),
geboren op : 7 [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ,
[adres]
.

1.De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36 e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 9034,30.

2.De procedure

Ter terechtzitting van 5 maart 2018 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.

3.Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 5 maart 2018 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde niet verschenen.
De officier van justitie, mr. S. Wiarda, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.

4.De beoordeling van de vordering

Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de militaire kamer kennisgenomen van het op 19 maart 2018 tegen veroordeelde gewezen vonnis.
De militaire kamer is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. [1]
Anders dan de officier van justitie is de militaire kamer van oordeel, dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 8528,98. Hiertoe is van belang dat het gaat om de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel met betrekking tot een auto die verdachte zelf zou hebben gehad. Het gaat niet om de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel met betrekking tot de voertuigen die verdachte daadwerkelijk heeft gebruikt. Gelet op zijn financiële situatie is aannemelijk dat verdachte een kleine auto (mini klasse) zou hebben gehad, die zo min mogelijk zou kosten in het gebruik. Verdachte heeft 23.691,6 kilometer op kosten van zijn werkgever gereden. Uitgaande van € 0,36 per kilometer, hetgeen in het algemeen gehanteerd wordt voor een miniklasse voertuig, bedraagt het wederrechtelijk verkregen voordeel €8528,98.

5.De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

6.De beslissing

Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van
€ 8528,98 (zegge: achtduizendvijfhonderdachtentwintig euro en achtennegentig cent).
Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 8528,98 (zegge: achtduizendvijfhonderdachtentwintig euro en achtennegentig cent).
Aldus gegeven door mr. J.B.J. Driessen (voorzitter), mr. I.D. Jacobs, rechter en kolonel mr. H.C.M. Snellen, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. A. Bril, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 maart 2018.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, brigade Veluwe, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27NV/17-000668, gesloten op 15 juni 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.