ECLI:NL:RBGEL:2018:1217
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot Europees bevel tot conservatoir beslag wegens onvoldoende bijzonder overtuigend bewijs
Verzoekster, een besloten vennootschap, verzocht de voorzieningenrechter om een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen van belanghebbende uit te vaardigen ter zekerheid van een vordering uit hoofde van een overeenkomst tot levering van goederen.
De voorzieningenrechter toetste het verzoek aan de Verordening (EU) Nr. 655/2014 en de Uitvoeringswet en stelde vast dat verzoekster niet in staat was de verlangde zekerheid te stellen. Verzoekster stelde dat zij vrijstelling van de zekerheid kon krijgen op grond van bijzonder overtuigend bewijs van de waarschijnlijke toewijzing van haar vordering.
Hoewel een onbetwiste vordering van € 389.781,13 bestond, bracht belanghebbende tegenvorderingen naar voren die verzoekster niet met bewijsstukken onderbouwde. Dit leidde tot twijfel over de toewijsbaarheid van het onbetwiste deel van de vordering. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende bijzonder overtuigend bewijs had geleverd en dat vrijstelling van zekerheid niet passend was.
Daarom werd het verzoek tot het bevel tot conservatoir beslag afgewezen omdat de zekerheidseis niet kon worden achterwege gelaten en het bedrag aan zekerheid dat passend werd geacht hoger was dan verzoekster kon bieden.
Uitkomst: Het verzoek tot uitvaardiging van het Europees bevel tot conservatoir beslag wordt afgewezen wegens onvoldoende bijzonder overtuigend bewijs en het niet kunnen voldoen aan de zekerheidseis.