ECLI:NL:RBGEL:2018:1235
Rechtbank Gelderland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige machtiging tot opname in psychiatrisch ziekenhuis na verstreken beslistermijn
De officier van justitie verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Betrokkene had voorwaardelijk ontslag gekregen en verbleef buiten de instelling. De rechtbank stelde vast dat betrokkene leed aan een complexe angststoornis met een groot risico op ernstige gevolgen door zelfbeschadiging, wat een gevaar vormt voor zichzelf en haar omgeving.
De rechtbank onderzocht of een voorwaardelijke machtiging passend was, maar concludeerde dat dit niet haalbaar was omdat betrokkene geen afspraken kon maken om haar veiligheid buiten de instelling te waarborgen. De lopende voorlopige machtiging was op 23 januari 2018 verlopen, en de beslistermijn voor de machtiging tot voortgezet verblijf was op 9 februari 2018 verstreken.
Omdat betrokkene buiten de instelling verbleef en het ontslag niet meer ingetrokken kon worden, kon de rechtbank geen machtiging tot voortgezet verblijf meer afgeven. Op basis van een arrest van de Hoge Raad kon alleen een voorlopige machtiging worden verleend. De rechtbank achtte dit noodzakelijk om te voorkomen dat betrokkene zich aan behandeling zou onttrekken en een gevaar zou vormen.
De rechtbank verleende daarom een voorlopige machtiging voor zes maanden, tot 28 augustus 2018, en wees het meer of anders verzochte af. De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter Overkamp op 28 februari 2018.
Uitkomst: De rechtbank verleent een voorlopige machtiging tot opname voor zes maanden omdat de beslistermijn voor voortgezet verblijf was verstreken.